|
In het traject Geertruidenberg-Raamsdonksveer ligt de spoorbrug over de rivier de Donge, bestaande uit 2 aanbruggen
aan de Bergse zijde en een draaibrug aan de Veerse zijde.
Spoorbrug en verkeersbrug over de Donge zijn simultaan aangelegd. Beide
bruggen hadden de oostelijke pijler gemeenschappelijk. Het is
echter niet zo dat beide bruggen ook gelijktijdig voor het
vervoer beschikbaar kwamen. De verkeersbrug kon pas voor het verkeer worden vrijgegeven nadat de
concessierechten van Van der Made waren afgekocht. Op de
oostelijke pijler stond op de noordpunt een rechthoekig houten
gebouwtje voor het spoorwegpersoneel. Voor de verkeersbrug stond, komende vanuit Raamsdonksveer, aan de linkerzijde
een houten wachthuisje. Daarin kon men schuilen als de brug weer
eens open stond en de weergoden de wachtenden niet gunstig
gezind waren. In dat huisje stond volgens een
potkacheltje. De brugwachter van de verkeersbrug heette Quaytaal. Het was
een man met een uitgesproken mening die de hele dag door van die
dikke sigaren (bolknaks) rookte. Als hij goede zin had mocht je
op het beweegbare gedeelte komen als hij zijn brug bediende.
Net over de spoorwegovergang te Raamsdonksveer richting
Geertruidenberg lag parallel aan de spoorlijn een wachthuisje
voor BBA passagiers. Dat was de halte Rdv. Het was opgetrokken in rode baksteen ter
hoogte van een meter; daarop zette men een houten geraamte
voorzien van glas. Er zat een bank in maar geen deur. Het stonk
er altijd verschrikkelijk. Volgens mij werd het ook gebruikt als
urinoir. Eenzelfde gedrocht trof men aan in Raamsdonk(dorp). Het
passagiersvervoer per trein in de Langstraat was nu eenmaal
gestaakt en men moest toch wat doen om de reizigers te
beschermen tegen de elementen.
Als de spoorbrug gesloten moest worden kon de brugwachter,
die in dienst was van SS en later van NS, via een met houten planken voorzien pad dat zich aan de
zuidzijde van de verkeersbrug bevond en aan de linker zijde een railing had (het pad lag dus tussen de spoorbrug en verkeersbrug
in) op het noordelijk remmingswerk en vervolgens op de
spoorbrug komen. Hij liep daarna over het draaigedeelte naar het zuidelijk
remmingswerk. Daar stond een groen achtzijdig houten gebouwtje
van waaruit hij de zwartwitte rieten bal naar beneden liet
zakken. Het scheepvaartverkeer wist nu dat er geen doorvaart
mogelijk was. De brugwachter draaide vervolgens de spoorbrug
dicht.
Vanuit het
station in Geertruidenberg liepen twee trekdraden langs de noordzijde
van de twee aanbruggen naar het westelijk klinkmechanisme. Een
identieke situatie trof men aan te Raamsdonksveer=Keizersdijk. Vanaf
deze halte liepen ten noorden van de spoorlijn twee trekdraden richting
het klinkmechanisme op de oostelijke pijler.
Deze klinkmechanismen dienden om de brug te vergrendelen dan
wel te ontgrendelen. Vergrendeling vond plaats
als de brugwachter de brug neerliet. Het klinkmechanisme zorgde
er dan voor dat de draden richting
Geertruidenberg en richting Raamsdonksveer werden aangetrokken.
In Geertruidenberg en Raamsdonksveer kwam dan de melding brug te
berijden binnen.
Op de oostelijke pijler
zijn 4 gegoten ijzeren stootkussens aangebracht, welke de
brugwachter eerst moest uitschuiven alvorens hij de brug kon
neerlaten. Hij deed dat d.m.v. het opzettoestel
met windwerk dat tussen het noorder- en zuiderspoor lag. Voor de 2 buitenste stootkussen treft men een
T-vormig slotgat aan. Als de brug werd neergelaten vielen in deze twee slotgaten
pallen.
Na maandag 31 juli 1950 was het gedaan met het personen- en
goederenvervoer. Het traject Geertruidenberg-Raamsdonk werd niet
meer bereden. Nog voor mei 1951 werd de spoorbrugbeveiliging
verwijderd c.q. zowel aan de Veerse als Bergse werden
bovengenoemde
trekdraden verwijderd.
Op de oostelijke pijler heeft men toen voor
het opzetmechanisme een gietijzeren stoel gelast met een
slotgat. voor de pal die aan het oostelijk einde van de
draaibrug is aangebracht. Op de westelijke pijler is een
identieke constructie aangebracht. De brugwachter draaide in de
nieuwe situatie de
brug dicht en met het opzettoestel werden de stootkussens onder
de brug geschoven; daarna werd de brug neergelaten. Vergrendeling
gebeurde nu handmatig aan zowel de west- als oostzijde van de
draaibrug. De brug werd na 31 juli 1950 slechts sporadisch
bereden. Meestal betrof het dan een inspectie- of sproeitrein.
Op de draaibrug staat te lezen dat ze voor het laatst geverfd
(voorzien van een loodmenie) werd in 1954. Voor de liefhebbers :
de brug was behandeld met bitumen en loodmenie en heeft niet
meer de originele okergele kleur. Over de opzetting en vergrendeling van de brug heeft ir. A. den
Ouden een artikel geschreven. Opzetting van de brug geschiedde
aan het brugeinde bij het oostelijke landhoofd door twee boven
elkaar geplaatste ijzeren rollen, waarvan de onderste zich bij
de opzetting beweegt over een op het landhoofd bevestigd hellend
vlak en de bovenste rol zich bij opzetting ook beweegt over een
op het landhoofd bevestigd hellend vlak dat aan de
einddwarsligger van de brug is bevestigd. Het stel rollen staat
in verbinding met een op een horizontale as bevestigde hefboom.
welke voorzien is van een contrepoids (tegengewicht). Het
betreft dus de ronde pedaal vlak voor het opzettoestel.
Het opzettoestel heeft een verticale en -horizontale kruk
(draaislinger).
Met de horizontale kruk worden de steunkussens onder de daartoe
aan de brug bevestigde steunpunten gebracht. De verticale kruk
dient om, nadat de steunkussens onder de brug zijn geschoven, de
brug neer te laten zodat bovengenoemde rollen vrijkomen en de
brug op de steunkussens draagt.
J. de Bont was in 1934 25 jaar spoorbrugwachter, en woonde op
wachtpost 14. Voor wachtpost 14 had men een overgang met biels
gemaakt teneinde het oversteken van het spoor te
vergemakkelijken. Tijdens WO II moesten de brugwachters onder
bedreiging van gewapende Duitsers de brug bedienen. Op 8 oktober
1944 geven de Duitsers de bovenbouw van de Langstraatspoorlijn voor
opbraak vrij. Op 4 november rapporteren de Duitsers dat de
bruggen over de Donge zijn opgeblazen.
Van het traject Geertruidenberg-Raamsdonksveer resteren nog de
spoorbrug en de spoordijk die loopt vanaf de spoorbrug naar de
voormalige wachtpost 15. Hier wordt in 2008 de woonwijk Veerse Geer
gerealiseerd. Het betreft hier watervilla's. Deze villa's zijn
onderkelderd. De bovenzijde van de onderkeldering ligt op het
niveau van de kruin van de spoordijk. E bestaat een stichting
die de spoorbrug in eigendom heeft gekregen. Zowel aan de
westzijde als de oostzijde van de brug heeft men hekwerk
geplaatst Nu maar wachten op de euro's om eindelijk deze unieke
brug in de Langstraatspoorlijn te kunnen herstellen. De brug
verdient het. Ik hoop dat Joke en consorte zullen bereiken
hetgeen hen voor ogen staat d.w.z. het terugbrengen van de
spoorbrug in haar oorspronkelijke staat. De foto's van dit traject zijn over 7
(web)pagina's verdeeld.








|